Driedubbele Karma

Ik ben er nog. Ik. Ben. Er. Nog. Dus kruip ik terug achter mijn “schrijftafel”, wat in werkelijkheid gewoon een laptop aan mijn keukentafel is. Wat fijne muziek, de zon en voetjes op de grond en ik kan er invliegen. Tijd voor wat blogjes. 😉

Het is zaterdagochtend, in tegenstelling tot de week is het weekend gemaakt om rustig te verlopen. Althans dat is de bedoeling denk ik. Bij mij lijkt het vaak alsof alle to do’s die ik door de week niet kan doen (of eerlijk niet wil doen of uitstel) op zaterdag komen bovendrijven. Mijn planning vandaag: strak en doordacht, alles loopt zoals het moet. En de dingen die er deze keer niet bij kunnen die schrappen we van de lijst. Want dingen schrappen daar zijn we ondertussen goed in geworden. Vandaag op de planning: een vriendin helpen twee honden op te halen en veilig stellen tot hun adoptie familie hen komt halen. Klinkt simpel, easy peasy. Omdat het twee grote honden zijn, ga ik helpen. Als ik wil vertrekken thuis hoor ik achter mij “Ga jij om een hond? Dan wil ik mee!” En dus stapt L mee de auto in. Vrolijk – en op tijd hoera! – vertrekken we richting autostrade.

Onderweg gaan we helemaal op in de muziek en rijden we vlotjes de binnenbaantjes door. Plots zie ik iets liggen op de baan, ik wijk uit maar ben er niet gerust in. “Was dat nu een kat?” vraag ik luidop. Ik stop en rij terug achteruit. In een boogje rond het grijze pluizige hoopje op de baan. “Mamaaa! Dat is een kitten!” hoor ik naast mij schreeuwen. Ik zeg dat we het opzij zullen leggen want dat het aangereden en waarschijnlijk al overleden is. Eens dichterbij begint L te roepen, tussen paniek, hoop en verbijstering. “Het leeft nog! Mama, mama, mamaaaa, het leeft nog!” Fuck. Maar echt Fuck. Wat nu? In een splitseconde beslis ik het kitten mee te nemen in de auto. Ik kan hem toch niet zomaar op de straat achterlaten?! L rent naar de koffer, pakt er een handdoek van de honden uit en ik leg het gewonde katje er in. Met een pluizig grijs bolletje op schoot spring ik in de auto. Dochterlief naast mij neemt het kitten op haar schoot, begint hem te strelen en ertegen te praten. Heel de weg door praat ze liefdevol tegen hem. Geen idee of hij het hoort, maar hij voelt in ieder geval dat iemand hem wat liefde stuurt. Dat geloven wij graag.

“You have not lived today

until you have done something for someone

who can never repay you”

-John Bunyan

Denk brein, denk. Wat moet ik doen en wie moet ik bellen. Eerst de vriendin bellen die op mij zit te wachten en me verwacht om de twee grote beren te helpen laden. Ik bel haar, leg het haar uit en zeg dat ik eerst het kitten naar de dierenarts moet brengen wil het een kans hebben op overleven. Terwijl ik haar heb gezegd dat ze absoluut op mij kon rekenen is dat met dit aangereden kitten een tweestrijd. Ze zegt dat ze in de shit zit nu. Ik zeg 100 keer sorry, maar dat lost het probleem niet op. Aan alles voel ik dat ze vooral goesting heeft om me de haren uit mijn kop te trekken en te zeggen “trut”. Ik heb haar zonet over het randje van de comfortzone geduwd: alleen twee grote honden ophalen. Eerste teleurgestelde mens: check. Vervolgens bel ik mijn dierenarts terwijl ik al naar hem rij. Hij neemt op maar zegt dat ik naar de dierenarts van wacht moet bellen, terwijl ik voor zijn deur sta en hij spreekuur heeft. Of ik het begrijp weet ik niet, maar ik heb dus een rit voor niets gedaan. Verbouwereerd bel ik het wachtnummer terwijl ik voor zijn deur sta en er net iemand binnengaat. Teleurgestelde mens nummer twee: check. De dierenarts van wacht is super lief en zegt dat hij zijn afspraken zal aanpassen en ik mag direct komen. We vliegen naar daar, terwijl onderweg L maar lieve woordjes blijft zeggen. We zijn dankbaar dat deze lieve dierenarts ons wil helpen.

“Know that your kindness has a ripple effect in the universe”

– Kikoti

Eens bij de dierenarts is het verdikt moeilijk, kitten heeft vermoedelijk schade aan zijn hersenen maar probeert nog te kruipen. “Wil je hem een kans geven of euthanaseren?”. Euh…geen idee. Of wel een idee natuurlijk “Mama we moeten hem een kans geven!”. Ok dan, probeer maar. We spreken een prijs af (want ja aangereden katten van de baan redden kost geld). Twee dagen lang geven ze “Hope” medicatie, maar het mag niet baten. Uiteindelijk valt hij in een coma en stopt zijn korte leventje. Wij blijven achter met een leeg hart, de meisjes zagen hem hier al wonen. En een vriendin die toch wel een dagje (of uurtje ;-)) vies gezind is. Gelukkig heeft ze een gigantisch hart voor dieren en begrijpt ze -nadien- mijn actie. Na dat avontuur voel ik me toch wat raar. Was het naïef een aangereden kitten van de straat te rapen? Waarom stoppen andere mensen niet? En vooral, waarom steriliseren mensen hun katten niet… De komende dagen kijk ik rond op de straat en hoop ik dat ik niet nog eentje tegenkom. Al die moeite en nog steeds een dode kat aan het einde. En toch voelt het juist, niets doen en hem laten liggen was geen optie. Een week later zit ik bij Peter in de studio voor een podcast en ik vertel hem en de klankman langs mijn neus weg “Dat ik weer iets heb gedaan hoor, veel geld betalen en een triestige uitkomst”. Hij moet lachen, want ja wie anders dan ik kom zoiets tegen. De klankman lacht niet en vindt me niet raar. Hij kijkt zacht in mijn richting en zegt dat we het juiste hebben gedaan. “Het komt terug als driedubbele karma”. Hoe lief, iemand die het begrijpt. Voor nu ben ik dankbaar met de wetenschap dat mijn dochters geen dieren zomaar op straat gaan laten liggen. Want een hart voor dieren, dat is karma met een gouden randje. ❤

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑