Als een lappendeken

Het is zover, ze staat bovenaan de wachtlijst. Als papa me belt met de mededeling dat er een definitieve kamer vrij is voor mama overvalt het me. Of ik morgen mee wil gaan kijken? Natuurlijk wil ik dat. We spreken af en ik haal papa op nadat de meisjes naar school zijn. We rijden samen naar het “rusthuis”. Het is allemaal een beetje onwezenlijk. Drie maanden geleden zat ze nog gewoon thuis. Oké niet helemaal in haar nopjes, maar toch nog doenbaar. Dan zijn we van ziekenhuis, revalidatie, thuis, ziekenhuis naar kort verblijf gegaan. Met daar tussenin deze zomer hele slechte weken, waar ze eigenlijk niet mee helemaal bij ons was. En nu kan ze dus niet meer naar huis, zelfs met de maximum verpleging is het niet meer haalbaar. Rationeel een juiste beslissing. Emotioneel een rollercoaster.

We stappen binnen en de dame die ons 2 maand geleden de weg toonde voor de dagopvang geeft ons een rondleiding. Bij het binnenkomen van de afdeling valt het me op hoe stil het er is. Aan tafel zitten hier en daar ouderen wat voor zich uit te staren. Eentje herhaalt een ontelbaar aantal keer “Amai amai amai!”. De kamer is netjes en redelijk huiselijk gemaakt. Er is zicht op de inkom, wat voor heel wat beweging zorgt. Het gaat een beetje als een waas aan mij voorbij. Mijn hoofd draait overuren bij het zien van de andere demente bewoners. En het eerste wat ik denk ik “maar zo erg is het bij mama toch nog niet”. De zuilen zijn omwikkeld met een wollen lappendeken. Allemaal gebreide stukjes, alsof ze samen een heel leven vormen. Ik wrijf er zachtjes over en besef dat elk stukje anders is en samen toch een mooi geheel zijn.

“Je kan de golven niet stoppen,

maar je kan wel leren surfen.”

-Jon Kabat-Zinn-

Bij het terug buitengaan vraagt ze wat we er van denken. Alle mensen daar zijn overduidelijk lief en begaan met hun job. Het dempt de pijn niet. Ik laat 1 traan rollen. Niet huilen. Sterk blijven. Maar het gaat niet, het is sterker dan mezelf. Ik huil. Ik snik. Ik zeg wel honderd keer sorry tegen de dame die ons de rondleiding heeft gegeven. Sorry voor mijn tranen. Al weet ik niet goed waarom. Papa gaat naar buiten, frisse lucht ademen. Hoe doe je zoiets? Je partner waar je 54 jaar mee getrouwd bent loslaten. Loslaten voor het beter te maken. Op papier de beste beslissing. We herhalen 10 keer dat dit de beste optie is. De professionele verzorgers, kine, ergo,…allemaal verzekeren ze ons dat ze daar op haar plaats zal zitten. Hopen we.

Als ik bij mama op haar kamer kom waar ze nu nog is, zit ze te huilen. Ze denkt dat ze daar thuis is en moet verhuizen. Is helemaal in de war. “Wie gaat er mijn schoenen aandoen? Wie gaat er mij eten geven? En ik pak niets in he!” Raar hoe Alzheimer er voor zorgt dat je een heel leven in je hoofd afspeelt dat er niet meer is. Ze fietst, rijdt met de auto, kookt eten,… Ze stopt niet met huilen en ik vind dat ze mag weten waar ze naartoe gaat. Dus in een opwelling zeg ik dat we gaan kijken naar de nieuwe kamer. Het is met de rolstoel maar 5 minuten stappen. Terwijl ik naar daar rol vraag ik me af of het wel zo een goed idee is. Ze blijft maar huilen, dus erger kan het al niet worden. We worden er lief ontvangen en ik laat haar de kamer zien. Ze is rustig. Dat is al een goed teken. Wanneer we terug buiten zijn kijkt ze wat in de verte. “Ik denk dat de kamer te mooi is, ik ga daar met mijn rolstoel de meubelen kapot maken.” Het is te schattig, ik moet lachen. Het komt wel goed hou ik mezelf voor. Loslaten. Vertrouwen. Ze schrijft een nieuw hoofdstuk zonder ons. Ze breidt een nieuw stukje aan haar deken… Hopelijk is het een mooi. ❤

 

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑