De voorbije week ben ik zo goed als bijna elke dag met mijn fiets naar het ziekenhuis gereden. Gewoon om even dag te gaan zeggen. Soms voor voeten te masseren. Soms om er gewoon aanwezig te zijn. Vandaag is dus niet anders. Deze morgen ben ik terug gaan sporten, het heeft deugd gedaan. De cross fit is echt mijn ding. Het helpt me mijn hoofd leeg te maken. Mijn weegschaal omlaag halen doet het vooralsnog niet. Ik zal de batterijen eens moeten nakijken 😉
In de vroege avond parkeer ik mijn auto en ik ga door het parkje naar mama. Morgen gaat ze naar het rusthuis, voor even of voor lang. Niemand die het weet. Als ik de kamer binnenkom zie ik al dat het mis is. Ze is heel onrustig en papa is doodmoe zie ik aan zijn gezicht. Dus ik stuur hem naar huis “Ik regel het hier wel, ga maar” zeg ik vol goede moed. Ze gaat helemaal in overdrive, roept, huilt, … Ik probeer liedjes van vroeger op te zetten. De TV uit en zo weinig mogelijk prikkels. Alle verwijten die er bestaan komen als een golf over mij. Ik blijf rustig uit het raam kijken en zeg tegen mezelf dat ze het niet weet. Hoop ik. En beslis om er gewoon te blijven zitten, ook al kan ik blijkbaar niets doen. Als de verpleger komt kijken, schrikt hij dat ik er zit. Hij was ongerust omdat ze zo tekeer ging. Ik kan mijn eigen mama niet eens kalmeren. Ze hoort mij niet. De verpleger gaat buiten, komt terug binnen en stuurt mij met een doos Kleenex de gang op. Tien minuten later komt hij terug uit de kamer. Het zal niet meer voor vandaag zijn. Ik vertrek in de hoop dat zo de rust kan terugkeren.
“The trouble is
you think you have time.”
-Buddha-
Als ik bij mijn auto ben weet ik niet wat ik daar sta te doen. Mijn beste vriendin belt me op en als ik haar vertel wat er juist is gebeurd vraagt ze hoe het met mij is. Ik heb werkelijk geen idee hoe het met mij is. Daar ben ik niet mee bezig. De tranen rollen langs mijn wangen en ik hoor mezelf zeggen dat ik het niet weet. Naar huis wil ik nog niet. Stoer vertel ik dat ik nog eens langs het shoppingcenter rij “daar ga ik wat afleiding vinden”. Eens in het shoppingcenter vraag ik me af wat ik daar loop te doen. Rondwandelen zonder doel. Mijn benen gaan met mij de ene winkel in en de andere uit. Er kijkt iemand naar mij en ik kan bijna zien dat hij meeleeft met mijn onzichtbaar zichtbaar gevecht. Het is alsof ik niet goed weet wat ik nog kan doen. Aan de volgende winkel koop ik twee flutboekjes, verstand op nul.
Op de terugweg krijg ik een sms van een andere hartsvriendin, ik bel haar omdat ik niet kan typen en rijden. Ze vraagt waar ik ben en ik begin zomaar te huilen. Amper 5 min later zit ik bij haar thuis. Met een leeg gevoel, volle ogen en een pot m&m’s. Als ik thuiskom is de avond al meer dan gevallen. Ik doe mijn ijskast open en pluk er 3 blokjes kaas uit. Op dit uur wou ik dat ik nog soep in de vriezer had zitten. Groenten in overvloed, een ijskast vol. Geen energie om er iets mee te koken. Bestond er nu maar iets waardoor er iemand zonder vragen een portie kippensoep aan de deur kon afzetten. Plots moet ik glimlachen en denken aan een sketch van Alles kan beter. Als je terug moet gaan gebruik je de toets “Kerekewere”. Uitwissen en opnieuw beginnen. Ik neem mijn Dag Allemaal en de Story uit de zak en hoop dat daar iets instaat waardoor het morgen allemaal beter is.
Plaats een reactie