De koele ridder, in de blauwe auto

Gisteren heb ik beslist wat sport te gaan doen. Niet gewoon de yoga thuis en het wandelen, maar ook echt iets intensief. Vroeger danste ik veel én graag! Nog altijd krijg ik de danskriebels als ik zo mensen op tv prachtige choreo’s zie dansen. De zon schijnt, perfect moment om met de fiets naar de bakker te rijden. Terwijl ik op mijn fiets zit te mijmeren over hoe fijn het leven is, geniet ik van de warmte van de zon. Wat heeft een mens meer nodig op zondagochtend? Met de fiets in de zon, pistolets en een plan. Een plan om te gaan sporten. Gisteren ben ik beginnen zoeken. Ik wil iets van sport maar iets leuk. Geen duffe roei of step oefeningen. Straks ga ik wandelen, maar ik wil ook nog iets anders doen. Bij mijn opzoekwerk kwam ik op een site rond cross fit. “Je moet niet fit zijn om te beginnen, je moet beginnen om fit te zijn”. Haha goed gevonden en helemaal waar! Deze week nog zag ik een filmpje van een dame die op haar 70 beter in vorm is dan ik. Een doel heb ik niet, ik wil gewoon mijn spieren eens aan het werk te zetten. Of enfin, die die er nog zijn.

Vrolijk rij ik terug naar huis. Met mijn fietstassen vol lekkers en de zon in mijn rug. Ik passeer twee joggers en kijk achterom of ik veilig kan oversteken. Er komt geen auto aan dus ik richt mijn stuur naar links. Gezwind wil ik de straat kruisen, al neuriënd. BAM! Daar ga ik. Mijn wiel slipt op de gladde baan en voor ik het weet ga ik onderuit. Met fiets, brood en kip knal ik tegen het asfalt. En schuif nog even door. Tijdens het vallen kon ik nog net een “whaa!” uitroepen. Een aantal seconden lig ik  neer en ik probeer recht te staan. De tranen prikken in mijn ogen. Alles hangt er nog aan en ik beweeg, maar wat een knal. In de verte hoor ik de twee joggers dichterbij komen. “Gaat het mevrouw?” Het enige wat ik kan antwoorden is “auw”. Ze helpen me van de baan en zetten mijn fiets tegen een muurtje. Op de vraag of ze iemand moeten bellen is mijn antwoord “nee dank u, maar ik ben alleen en mijn kinderen rijden nog geen auto”. Ze verzekeren nog even of het zal gaan en vertrekken al joggend verder.

“If I cannot do great things, I can do small things in a great way.”

-Martin Luther King Jr.

Ik ga naar mijn fiets en daar komt het, de tintelingen in mijn handen en vingers. Tijd om me over te geven aan de fysieke reacties van mijn lichaam in dit soort situaties. Gelukkig weet ik wat te doen, ik ga liggen op de grond met mijn hoofd in mijn kap en mijn benen tegen de muur omhoog. Mijn vingers gaan tekeer en mijn hoofd draait als een tol. Ik kijk naar de lucht boven mij, prachtig blauwe lucht en takken van een boom. Een vogeltje springt heen en weer op de takken. Ondanks dat ik hier op een voetpad lig, is het wel een rustig en vredig moment. Tot 10 heb ik niet moeten tellen denk ik. In de verte hoor ik een auto stoppen en twee mensen praten tegen elkaar. Het optrekken van een goede ouderwetse handrem. Plots hangen er 3 of 4 hoofden boven mij. Of alles oké is en of ik me ergens pijn heb gedaan. Ik brabbel zo goed ik kan dat ik oké ben. Enkel mijn knie gekneusd denk ik en mijn bloeddruk van slag. Ze staan een beetje te bibberen van de kou en ik voel me in de sauna. Mijn muts, handschoenen en sjaal heb ik al uitgegooid en mijn jas helemaal open geritst.

De ene belt naar iemand om te zeggen dat ze later zijn want er ligt een mevrouw van haar fiets. Waar is de dag dat ik nog een meisje was? Vroeger wou ik ouder zijn, want soms was jong zijn stom. Maar als ik het ze zo hoor zeggen “een mevrouw” dan voel ik mij ineens wel heel oud. Ze helpen me recht en vragen waar ik woon. Gelukkig, ik was bijna thuis. De ene jongen rijdt met mijn fiets naar huis en de andere meneer helpt me in zijn auto. Mijn koele redders in een helblauwe step-way auto. Wat een vriendelijke mensen! Eens thuis vragen de meisjes wat er is gebeurd. Het valt allemaal nog mee, kapotte broek, geschaafd vel en een blauwe knie. We gaan aan tafel zitten en eten onze pistolet op. Als ik een tweede of derde keer zeg “Miljaar dat doet zeer” bij een pijnscheut, krijg ik alles behalve medeleven. “Ja mama spuit er wat van dat ontsmetting op he.” zegt Marie. Waarop Louise aanvult “Ja en wij kunnen er niets aan veranderen, dus stop met zagen het gaat wel genezen”. 😮  Oké…ben ik dat?! Blijkbaar wel, na een pijntje en de 22e keer zeggen dat het pijn doet ben ik niet meer zo empathisch. Dat ze mijn gedrag overnemen na amper 2 keer een grimas trekken en zeggen dat het zeer doet is op zijn minst uh…speciaal. Oh ironie, dan komen ze ineens wel overeen met elkaar. Ik ga in bad en een rustige zondag tegemoet. Schrijven, dat ga ik straks nog wat doen. Wandelen zal voor morgen zijn. Medeleven moet ik van mijn prinsesjes niet verwachten. Het is goed, ze mogen het afwasmachine uitladen. Dat helpt ook 😉

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑