Dood gaan, het hoort bij het leven. En toch praten we er bijna nooit over. Zelfs als mensen heel ziek zijn, blijkt het moeilijk te zijn. Terwijl dood gaan 1 van de zekerheden is in het leven, iedereen zal het meemaken. Tenzij één of andere dokter Le Compte met de pil voor een onsterfelijk leven op de proppen komt. Alhoewel, ik weet niet of ik dat zou willen. Pakweg 203 jaar oud worden. Dan zal er van rollatorraces in het rusthuis niet veel meer in huis komen haha.
Vorige week las ik een boek van Prof. Distelmans: “Over hoe graag mensen leven.” Het is een mooi boek, over een thema waar toch iedereen een mening over heeft. Ik had er nog net iets meer diepgang in verwacht. Maar het leest vlot. Wat me opvalt is dat hij, ondanks het feit dat hij dagelijks met de dood geconfronteerd wordt, ook schrik heeft om te sterven. De dood kan op zoveel verschillende manieren komen. Overwachts, bij een ongeval. Of traag en sluimerend, als mensen ongeneeslijk ziek zijn. Maar het kan ook mooi zijn of zelfgekozen als mensen euthanasie overwegen. Als ik lees hoeveel prachtige dingen ze in dat palliatief huis doen, dan kan ik alleen maar hopen dat iedereen dat voorrecht heeft. In het boek staat dat de patiënt centraal staat, ze gaan dood. Is het dan het moment om iemand dingen te ontzeggen omwille van eender welke regel/risico voor eigen leven (hoe ironisch kan het zijn)/te lastig/… ? Mensen die dood willen, herleven daar vaak nog. Is er iets mooier dan iemand zijn joie de vivre teruggeven met eenvoudig weg er te zijn? ❤
“Het vereist uiterlijke moed om te sterven,
het vereist innerlijke moed om te leven.”-Lao Tse
Toeval wil dat ik deze week een filmpje van Linde Merckpoel zag passeren. Ze doet een actie voor VZW Coda naar aanleiding van de warmste week. Ook een vereniging rond palliatieve zorg. Het is mooi hoe Linde en haar mama in het filmpje praten over de dood van haar oma enkele jaren geleden. Ze hebben haar omringd met bloemen en champagne. En ze was geen moment alleen. Toen ze dan de oversteek heeft gemaakt naar haar dood hier, bleef ze opgebaard in de living. Heel de familie heeft dan gegeten en gedronken met de oma erbij. Klinkt raar, voor sommigen zelfs een beetje luguber. Terwijl die persoon enkele uren ervoor helemaal nog niet “om bang van te zijn was”. Ik vind het prachtig, dat mensen die dood gaan omringd kunnen zijn door mensen die echt tijd voor ze maken. En van de dood iets “moois” proberen te maken. Want dood gaan we, of we het nu willen of niet.
Af en toe spreek ik hier dus ook over mensen die dood gaan of zijn. De meisjes zijn ook al vaak mensen die overleden zijn gaan “groeten”. Eigenlijk heb ik geen idee of dat een lokaal gebruik is of niet. Maar tot ik ongeveer 18 jaar was had ik maar 1 dode mens gezien. Dat was mijn nonkel toen ik 12 was. En sinds dat moment, gingen we elke keer de doden groeten als ze opgebaard lagen. De eerste keren is het vreemd, nu vind ik het rustgevend. Zeker als ze mooi opgemaakt zijn. Sommige begrafenisondernemers zijn kunstenaars, maken mensen op alsof ze slapen. Wat dus ook maakt dat de meisjes ook mee gaan als wij mensen gaan groeten. Veel anderen kinderen zie ik niet vaak. En heel dikwijls kijken volwassenen afkeurend of met een blik vol medelijden. “Je gaat die kindjes toch niet met een dode mens confronteren?”. Nochtans is dat het leven. Het staat ook in een boek van Manu Keirse, kinderen die niet alles begrijpen beginnen zelf de gaten op te vullen. De dode zien en afscheid nemen, is naar mijn gevoel voor ons dus belangrijk.
De meisjes zijn het dus gewoon. Het helpt hun bij hun verdriet. Sterker, ze zijn zelfs triest als ze een keertje niet kunnen gaan groeten als de familie beslist hun dierbare niet op te baren voor anderen. Als ik later dood ga, dan hoop ik dus ook omringd te zijn door mensen die mij graag zien. En dan gaan we het leven eren. Drinken, dansen, muziek spelen. Elk moment koesteren. Wij praten hier ook gewoon over dood. De jongste vraagt soms of ze iets krijgt als ik dood ben haha. En als ze bezorgd zijn om iemand die ziek is zeg ik nooit “Ik beloof dat die niet dood gaat.”. We zeggen hoe het is, dat de kans dat iemand dood gaat heeeel klein is of heel groot. Dat iedereen ooit dood gaat. Toen we na een aflevering van Lieve Blanquaert haar doden-reportages in de living zaten te kijken zei ik tegen de meisjes dat ze mij maar moeten verassen. Plots vraagt Louise waar ik ooit graag naartoe wil gaan. “Australië” is het eerste dat in me opkomt. “Ok mama, als je dood bent voor je daar bent geweest, dan neem ik je mee in een pot. En zal ik je in Australië wat uitstrooien!”. Prachtig toch, ik smelt er helemaal van. Maar laat ons er maar levend en wel naartoe gaan, lijkt me net iets leuker dan in de vorm van assen. 😉 Elk moment is een geschenk. Geniet & leef!
Plaats een reactie