Aan de rand van de afgrond. Daar heb ik gestaan, nog niet zo zot lang geleden. Alhoewel als ik begin te tellen toch wel al enkele jaren geleden. Ik was van de vooruit, nog altijd eigenlijk. Geen gezaag en doorgaan. En toch kwam er een momentje dat ik de handdoek in de ring moest gooien. En omdat ik deze week bedacht dat mensen soms eenzaam kunnen zijn in hun gedachten, besliste ik er een blogje over te schrijven. Ik herinner me het nog levendig, weet zelfs in welke vergaderzaal ik zat en op welke stoel. We zaten in een veranderingstraject op het werk, maar dat was niets abnormaals. Waar ik toen werkte was geen enkel jaar hetzelfde en ik vond dat eigenlijk nog wel leuk ook. Alleen waren de laatste maanden wel heel zwaar, er kwam alleen maar werk bij.
Weken, maanden, jaren van doorgaan en blijven doorgaan stonden op het punt hun tol te eisen van mijn lichaam. Ik ging kopje onder, letterlijk en figuurlijk. Maanden al zat ik te zeggen dat het werk te veel was, alleen was het roepen in de woestijn. Niemand luisterde, of kon luisteren. Op een dag kreeg ik zelfs te horen dat ze wisten dat het teveel was. Maar dat ze ook wisten dat ik altijd het werk afmaakte. Even had ik 4/5 ouderschapsverlof overwogen, maar ook dat mocht alleen met behoud van dezelfde hoeveelheid werk. Evenveel werk op kortere termijn. Er was geen oplossing, het was geen kwade wil maar ik bleef wel in de kou staan (en met mij ongetwijfeld nog mensen). Dus zat ik op een doordeweekse donderdag aan mijn PC, in een vergadering die net gedaan was, toen ik een schijnbaar onbenullige mail kreeg van een collega uit Duitsland. Of ik nog even tegen die avond wat data in het systeem kon pompen. Ik kan me niet meer herinneren hoeveel werk het was en of het belangrijk was of niet (alles leek belangrijk toen). Maar het werd compleet zwart voor mijn ogen…
Mijn adem werd afgesneden, mijn keel zat toe en ik kreeg geen lucht. Met die mail kwam er een tsunami uit mijn computer. Een vloedgolf waaronder ik werd bedolven en ik zag geen uitweg meer. Stokstijf zat ik op mijn stoel en ik ben vreselijk beginnen huilen. Een collega vroeg me of ik ok was en het enige wat ik kon uitbrengen was “nee, nee het gaat helemaal niet!” Ik kan niet meer. Ik. Kan. Niet. Meer. Ik, de eeuwige optimist, de fixer, diegene die elke deadline haalde, de dingen er wel snel even tussen pakte als iemand iets vroeg, was omvergeworpen als in een kegelspel. Door een domme mail met een nog dommere vraag. Al de rest is als een waas aan mij voorbijgegaan. Er was nog een call, die heb ik nog afgewerkt (hoe belangrijk kan iets zijn denk ik nu…). Daarna ben ik naar mijn bureau gestapt en onderweg kwam ik een collega tegen. Hij zag dat ik helemaal erdoor zat en hij heeft me meegenomen naar een vergaderzaaltje. Daar heb ik als een stortvloed verteld wat niet meer kon, opgekropt verdriet van de voorbije tijden. Een scheiding, verhuis, emotionele rollercoaster, veel te veel werk, een hele pendeltocht elke dag, er alleen voor staan voor de kinderen. Gelukkig hebben mijn kinderen fijne grootouders aan beide kanten, maar toch elke ochtend elke avond er alleen voor staan eist zijn tol. Emotioneel, mentaal en fysiek was ik compleet op. Ik reed naar huis en ging naar de dokter.
“Taking time to do nothing often brings everything into perspective.”
-Doe Zantamata
Toen ik bij de dokter kwam wou hij me een maand thuisschrijven. Ik herinner me nog dat ik hem heb uitgelachen, het was wel ik die daar zat. Geen één of ander watje. Het was een donderdag, maandag zou ik wel gewoon gaan werken. Maar hij had gelijk, een maand ben ik thuis geweest. De eerste 2 weken kon ik zelfs mijn zetel niet uit. Wat ik vroeger als aanstellerij aanzag, daar zat ik nu zelf mee. Wandelen was zelfs al te vermoeiend. Ik lag in mijn zetel naar het plafond te staren en bedacht meerdere keren dat ik op dat moment eigenlijk gewoon dood wou gaan. Het was genoeg geweest voor mij. Uiteindelijk gaat een mens niet zomaar dood als je het wil. En gelukkig ben ik beetje bij beetje terug bij mezelf gekomen. Wat het me meeste heeft aangegrepen is dat al wat dringend was blijkbaar on hold kwam tot ik terug was, dat sommige taken ineens wel opgevangen konden worden tijdens mijn afwezigheid en dat wat voorheen dringend was, nu ineens kon wachten. Ik kreeg van mensen van wie ik het had verwacht geen telefoon en van anderen plots hele fijne telefoontjes en sms’en met beterschapswensen.
Na een maand vond ik het welletjes, heb ik mezelf bij elkaar gepakt en ben ik terug gaan werken. Achteraf bekeken was die maand te weinig, maar ik heb nu eenmaal geen zittend gat. Langer thuis zijn had waarschijnlijk enkel gelukt als iemand me had vastgebonden… Het heeft me wel nog 2 jaar intensieve dry-needling therapie gekost, want mijn nek en rug kwamen compleet verkrampt vast te zitten. Ik hou van veel werken, als ik de uitkomst zie en als ik het nut kan vatten. Van templates vullen kreeg ik geen energie meer, ik ging op zoek naar nieuwe energiebronnen in mijn werk. En vond dat ook. Het was een belangrijke les voor mij en ik ben er een beter mens door geworden. Denk ik. Waar ik me vroeger kon opjagen over de apathische reactie van collega’s of wanneer ze iets niet belangrijk genoeg vonden om het direct te doen. Kan ik de dingen nu veel beter filteren, niet alles is zo belangrijk. En het schip vergaat niet als er een file niet is ingevuld. Ik ben er sterker en veel ‘rijker’ uitgekomen. Momenteel heb ik een to do lijst die minstens even lang is dan toen, maar met allemaal dingen die me energie geven. Ik ben een oprecht gelukkig en gezegend mens. 🍀
Als je je collega, vrienden,… ten onder ziet gaan, geef ze een knuffel. Reik ze de hand. Wees hun vuurtoren, het baken dat ze zoeken. Vaak zien mensen hun eigen grenzen niet meer, of verleggen ze ze constant. Het is zo moeilijk toe te geven dat je over je grens bent gegaan, dat het nog moeilijker is hulp te vragen. De mensen die me toen ter hulp zijn geschoten, zonder dat ik het vroeg, ben ik eeuwig dankbaar. Het is maar een klein gebaar, tonen dat je er om geeft. En neem eens de tijd als je aan iemand vraagt “hoe gaat het?” om echt naar het antwoord te luisteren. Dat doet al heel veel ❤
Misschien toch nog een kleine voetnoot: na mijn vertrek ben ik vervangen door 2 personen. Die weliswaar ook nog iets anders deden maar hoofdzakelijk dat. Eéntje heeft het na amper 3 maanden opgegeven, kon de hoeveelheid niet aan. En hij moest thuis blijven op doktersbevel. Hij is niet meer teruggekeerd.

Plaats een reactie