Baaldagen, een mens heeft ze nodig, denk ik. Of ze maken het ons wijs dat kan ook. Ik voel het al heel de ochtend aankomen, lastig zijn maar niet goed weten waarom. Toch kies ik ervoor om het te negeren, ik schrijf mijn 10 dankbaarheden op in de ochtend en begin samen met mijn meisjes aan onze laatste dag vakantie van deze zomer. En die vieren we met een lekkere koffiekoek, op mijn fiets naar de bakker voel ik me weer zo vrij en blij. Het is een eenvoudige manier om dankbaarheid te oefenen. Op je fiets, op weg naar lekkers, in de zon en onderweg vriendelijk alle mensen goeiemorgen groeten. Maar het is van korte duur, eens thuis begin ik wat opzoekwerk te doen voor het nieuwe schooljaar (een paar nieuwe hobby’s zijn in mijn prinsessen hun brein ontsproten. Bedankt Ketnet).
Om 11u maak ik me klaar want we gaan naar de yoga les, gaat me goed doen. We doen een proefles, bij een yoga in de buurt. Meestal doe ik thuis in mijn eentje yoga, maar samen met mijn vriendin is het wel fijner om yoga te doen. Dus gaan we samen op pad, ik op weg naar meer ZEN vandaag. Helaas…het mag niet baten. Tijdens de les voel ik de ambetantigheid en het lastig zijn opborrelen. Om de één of andere reden gaat het mij niet. Ik word draaierig en hoe ambetanter ik word hoe meer het in mijn hoofd gaat tollen. Op dit moment, midden in de yoga les, ben ik heel ver van rustig. Op een gegeven moment heb ik zin om buiten te gaan, recht te staan en ergens met mijn voeten in het gras gaan staan en gewoon wat ademen. Nu kan in de meeste yoga alles en zijn yogi ruimdenkende personen, maar dat vind ik zelfs onbeleefd. Dus ik blijf doordoen en zeg tegen mezelf ‘ik heb hier geen mening over, straks is het gedaan’. Het helpt niets, op een gegeven moment hoor ik haar zeggen “en dan nu naar down-dog”. Down-dog, serieus?! Als er straks verdomme nog 1 down-dog aan te pas komt, dan ontplof ik. Stomme oefening. Enfin, een dik uur later en enkele euro’s armer, geen zen. 🙄

In de namiddag beslis ik mijn onkruid te laten voor wat het is, het staat wild en ik vind het prima. Zoveel staat er niet en ik had aan mijn beste vriendin al gevraagd geen opmerking over mijn onkruid te maken. Ze heeft spy-eyes en ziet alles, zeker onkruid 😀 Het is gezellig, we lezen wat samen. De meisjes springen op de trampoline, gaan daarna douchen en dan eten we samen. Als het tijd is om te gaan slapen (morgen school) gaan ze tanden poetsen en ik stap naar de keuken. En dan, daar is het, de vulkaan die al heel de dag zit te borrelen. Ik probeer hem tegen te houden, maar er is geen beginnen aan. Overal zie ik rommel – had ik niet gevraagd op te ruimen?! Papiertjes op de tafel, een leeg glas yoghurtdrink, sportzak op de grond,… Overal waar ik kijk zie ik rommel, of wat ik als rommel aanzie. Het borrelt en ik heb zin om alles in een grote vuilzak te steken. Waarom luisteren ze niet naar mij als ik vraag alles op te ruimen? Ze ruimen letterlijk op wat ik vraag: de salontafel, buiten. Maar het is toch vanzelfsprekend dat ik dan ook de keukentafel bedoel?
Dus ik ga naar boven, in drammende olifantenstap. En steek een preek van wal tegen de meisjes, met de vraag waarom ze niet hebben opgeruimd. Ze kijken me een beetje raar aan. Dus ik vraag of ik chinees praat. Hoe meer ik praat, hoe harder ze in de lach schieten. Blijkbaar ben ik grappig als ik boos ben. Alleen deze keer moet ik niet lachen en na enkele minuten zij ook niet meer. De dag eindigt met twee huilende dochters in bed en een dijk van een schuldgevoel voor mama. Ja ze moeten opruimen, nee ze hebben niet geluisterd, ja er staan dingen al meer dan een maand te wachten om een plaats te geven. Maar ze hebben ook dingen wel opgeruimd, die ik in al mij boosheid niet heb gezien. Misschien ben ik ook wat triest om het einde van de vakantie en dat zeg ik ze dan ook. Ik zeg sorry dat ik ze heb doen wenen, maar dat we vanaf morgen wel een plan gaan maken om samen goed op te ruimen. Ze knikken ja, maar ik zie dat ze vinden dat ik teveel opruim. Misschien hebben ze gelijk. Ik beslis om de volgende keer tot tien te tellen, want het is echt heel lang geleden dat ik nog zo lastig was om een schijnbaar niets.
Gelukkig spoelt slaap veel weg. Morgen is er weer een nieuwe dag. En een nieuw schooljaar, stappen we uit de fijne cocon van vakantie de grote wereld in. De wereld van woezels en lolifanten. (Janneman Robbinson & Pooh hun verzinsels). Ik steek alvast een briefje in hun brooddoos, met een groot roos hart op getekend. In het midden schrijf ik dat ik van ze hou, tot aan de maan en terug. En zelfs niets meer mochten ze wat meer luisteren, ze zijn zo al perfect. 😉
Wat ook altijd even helpt relativeren is dit super grappig filmpje. Enjoy!
Plaats een reactie