Het moment is daar, mijn betaalde tijd zit er op. Ik moet/mag naar de dop. Een tijdje geleden had ik het al eens opgezocht. Waar moet ik zijn? Hoe werkt dat? Wanneer moet ik er naartoe? Ik verdwaal een beetje in het kluwen van info op verschillende sites. Dit kan toch niet zo moeilijk zijn om dat wat te structureren? Enfin, daar ga ik nu geen mening over vormen. Maar het kost wat opzoekwerk. Als ik informeer blijkt dat ik niet op voorhand mag komen. Het moet de dag zelf of diezelfde week. En ervoor moet je via de site van de VDAB een formulier invullen waarop staat dat je werkloos bent. “Attest van werkloosheid” staat er in grote letters op het formulier dat ik invul en print. Bedant voor de boodschap, denk ik wanneer ik het papier klasseer. Ik raap alle moed bijeen, doe mijn schoenen aan en vertrek naar de HVW. De Hulpkas Voor Werklozen.
Op basis van het adres weet ik ongeveer waar het is, maar ik weet niet hoe het gebouw er uitziet en waar ik exact moet zijn. Onderweg zie ik op mijn GPS “nog 50meter”. Ok, het moet hier ergens zijn. Drie keer rij ik er voorbij, om zeker te zijn dat het daar is, dat het open is en vooral om mezelf wat moed in te praten. Ik wil er helemaal niet naartoe, maar het is niet anders. Als ik de wachtzaal binnenstap staat er in het groot “NEEM HIER EEN VOLGNUMMER”. Er staan 3 opties van knopjes en geen enkele lijkt me gepast. Dus ik kies er eentje uit en hoop dat iemand me wel zal helpen. Terwijl ik daar zit hoor ik ze praten tegen andere mensen en komen er nog enkele mensen binnen. Een iets oudere dame en een jonge kerel. Beide staan ze een beetje verdwaasd naar de machine met nummers te kijken. Zoals ik daarnet. Als ik zeg dat ik ook zo maar wat heb gekozen, kan er een flauw lachje vanaf. Het valt me op, niemand die ik hier zie zit hier graag.

“De volgende” – ok het is aan mij. Een vriendelijke, kleine dame roept me bij haar. Ik vertel wat ik kom doen (stom eigenlijk, alsof ze dat niet weet…). Ze vraagt vriendelijk mijn documenten. Ze legt een dossier aan, stelt allerlei vragen en begint wat uitleg te geven. Ik krijg blauwe kaarten mee, die moet ik dan ingevuld komen afgeven als de maand voorbij is. Wanneer ik met een flauwe glimlach een beetje verontschuldigend zeg dat ik hoop dat ik niet meer moet terugkomen lacht ze terug. Het is er doodstil en kil. Het enige dat ik hoor is het getik op haar toetsenbord. Ik wil hier helemaal niet zijn. Ik wil hier weg! Het liefst van al zou ik nu in een gat verdwijnen in de grond. Onder een steen gaan zitten. Ik voel me vernederd tot in het diepste van mijn zijn… Voel me één en al mislukkeling. Hoe ben ik hier toch beland? Het kost me moeite om niet in huilen uit te barsten. De dame ziet dat ik het moeilijk heb en lacht me bemoedigend toe. Alsof ze wil zeggen dat het ok is. Dat het wel goed komt. Als ik doorga bedank ik haar en zeg haar nog eens dat ik hoop hier niet meer terug te moeten komen. Niet persoonlijk hoor.
Op weg naar huis heb ik alle gevoelens door elkaar. En eens ik thuis kom, zet ik me neer aan de keukentafel. Met mijn blauwe kaarten in mijn handen. Ik kreeg er ineens 3 mee. Ik barst in huilen uit. Vijftien jaar zwoegen, vijftien jaar het beste van mezelf geven en zie mij hier nu zitten. Vijf. Tien. Jaar. Ik voel me eenzaam. In mijn vastberadenheid iets te doen waar ik mijn hart en ziel kan inleggen, moet ik deze vernedering ondergaan. Het voelt ook alsof ik er geen recht op heb. Aan de dop staan, dat is voor mensen die het echt nodig hebben. Die geen thuis hebben, aan de grond zitten. Of voor alleenstaande mama’s die dringend een inkomen nodig hebben zoals ik… Ik hoor hier dus wel. Niemand weet van mijn uitstapje, maar als ik later iets ga eten met enkele vriendinnen vertel ik het ze toch. Ik moet wenen en zeg dat ik niet eens mijn kaart in de brievenbus durf steken op het einde van de maand. Ze doen er onozel over, peppen me op en zeggen dat we in team de kaart wegdoen. We rijden er voorbij, eentje springt uit de auto en vliegt naar de brievenbus. En als de bliksem zijn we daarna terug weg. Ik schiet in de lach omdat ik het al voor me zie en voel me op slag een pak lichter. Vriendschap, het is onbetaalbaar! Maar momenteel vul ik het wel aan met de uitkering, want van vriendschap en liefde alleen kan ik geen eten kopen. 😉
Plaats een reactie