De boodschap sijpelt stilaan binnen, ik moet op zoek naar een nieuwe job. Geen ramp eigenlijk, ik krijg de tijd. Dus waarom piekeren? Ik bel een aantal recruiters uit mijn netwerk op en laat ze weten dat ik op zoek ga naar iets nieuws. Ze zijn enthousiast, als altijd, laten me weten dat de markt goed is. Fijn, zo gefikst dus als ik het zo hoor. In ieder geval, als ik blijf doen wat ik altijd al heb gedaan. Want vooralsnog is je CV de weergave van je kunnen en talenten, al ben ik het er niet altijd mee eens. Een mens is meer dan een lijst van voorgaande jobs.
Ondertussen gaat de dag alsof er niets aan de hand is. Zo ging de vergadering gisteren ook, alsof het een doodgewone dag was. Mijn leidinggevende deed perfect normaal, er was geen enkel stukje dat aangaf dat ik mijn job niet goed doe. We spreken elkaar voor de opvolgpunten van gisteren. Een doodgewoon gesprek, een doodgewone dag. Ik begin me af te vragen of ik wel bij mijn volle verstand ben. Heb ik ons gesprek van vorige week gedroomd? Was dat piekeren en wenen dit weekend voor niets?
“In the middle of every difficulty lies opportunity.”
-Albert Einstein
Plots zegt hij dat hij en onze CEO aangenaam verrast zijn over mijn houding in de vergadering. Dat ik mijn job nog naar behoren uitvoer en het aan inzet niet ontbreekt. Hij vindt het knap. Gezien de ‘situatie’. Ik weet niet of alleen mijn gedachten met hun ogen rollen of mijn gezicht stoutmoedig meedoet. Als ik wegwandel uit zijn kantoor praat ik even tegen mezelf in de gang. Het gegeven dat dit hun verbaasd, slaat toch alles? Wat een idiotie! Ik heb getracht altijd integer en correct te zijn. Ze kennen me duidelijk niet. Perceptie is alles. Een ding is zeker, ik ga mezelf blijven en rancune achterwege laten. Alsof dit een dag is zoals alle andere. Een vroegere manager van mij zei vaak “It is what it is” en hij heeft gelijk. En het zal zijn zoals het zal zijn…
Plaats een reactie